
Niemand is puur goed of puur slecht, maar ondanks dat we de neiging hebben individueel of collectief terug te vallen op destructief en discriminerend gedrag, zijn we door onze intelligentie en ons lerend vermogen steeds beter in staat onze positieve eigenschappen om te zetten in een ethische levenshouding, waar naast de goede intenties en een zekere dadendrang ook de juiste rationele afwegingen worden gemaakt. Alleen zo’n ethische levenshouding kan de mensheid redden van zijn ondergang.